Klik hier

20dagen tot
Vergadering

Termen en afkortingen

In de beleggingswereld worden veel termen en afkoringen gebruikt. Hierbij een overzicht als naslag. Door de grote hoeveelheid termen kunnen wij niet garanderen compleet te zijn.

Aandeel

Waardepapier dat bewijst dat men aandeelgerechtigd is en zich van zijn plicht. Bezit van een aandeel geeft het recht om te delen in de winst en stemrecht uit te oefenen in de aandeelhoudersvergadering.

Aandeelhouder

Bezitter van een bewijs van deelneming in het kapitaal van een onderneming.

Aandelenindex

Een aandelenindex wordt ook wel beursindex of gewoon index genoemd. De AEX is een voorbeeld van een aandelenindex.

Actieve fondsen

Fondsen waarin tijdens de beursdag veel handel wordt gedreven.

Advieskoers

Een voor de opening van de beurs afgegeven indicatie van de verwachte openingskoers.

AEX

Beursindex van Amsterdam, vastgelegd aan de hand van de grootste genoteerde ondernemingen.

Afloopdatum

Vaste datum waarop een contract afloopt.

Agio

Gunstig koersverschil ten opzichte van de nominale waarde of de uitgiftekoers van een effect.

Agiobonus

Bonusaandelen uit als agioreserve opgebouwd vermogen. Voor de particuliere belegger zijn deze belastingvrij.

Agioreserve

Fiscale reserve die ontstaat door storting van contanten op de aandelen die boven de nominale waarde zijn uitgegeven. Uit de agioreserve kunnen belastingvrij bonusaandelen en stockdividenden worden uitgekeerd.

Agiostock

Vorm van stockdividend dat gratis en fiscaal onbelast wordt uitgekeerd aan aandeelhouders ten laste van de agioreserve.

AMX

Index van de 25 fondsen die na de fondsen in de AEX-index de grootste beurswaarde vertegenwoordigen op de Amsterdamse effectenbeurs. Ook bekend als Midkap.

AVA

Algemene Vergadering van Aandeelhouders.

Avondhandel

Niet officiele handel die plaatsvindt nadat de effectenbeurs gesloten is.

B

Baisse

Het dalen van prijzen en goederen. Het tegenovergestelde van een baisse is een hausse.

Bankbrieven

Door een bank uitgegeven obligatie.

Beleggen

Het investeren in spaarvormen, effecten, opties, onroerend goed en dergelijke, met de bedoeling daar inkomsten en/of vermogensopbouw uit te verwerven.

Beleggingsfonds

Instelling die geld van derden belegt in aandelen en/of andere vermogenswaarden.

Beleggingsmaatschappij

Onderneming die beoogt kapitaal van derden bijeen te brengen en te beleggen in effecten en onroerende goederen.

Belening

Effecten tot zekerheid stellen van een lening.

Beleningsrente

Rente waartegen men aandelen beleent.

Benchmark

Vooraf vastgestelde en objectieve maatstaf voor de prestatie van een beleggingsportefeuille of beleggingsfonds.

Besloten beleggingsfonds

Beleggingsfonds waarvan participaties niet vrij verhandelbaar zijn.

Beurs

Markt waar men handelt in effecten (aandelen, obligaties, opties futures etc.).

Beursindex

Koersgemiddelde van de beursnoteringen op een bepaalt tijdstip.

Beurskoers

Marktprijs als gevolg van de vraag en aanbod van een bepaald fonds.

Biedkoers

Prijs die voor een effect geboden wordt.

Broker

Effectenmakelaar.

Bulletlening

Lening die in één keer wordt afgelost aan het einde van de looptijd.

Bull-markt

term voor een markt die zich in een stijgende trend bevindt.

Buy

Advies om aandelen te kopen.

C

Calloptie

Optie die het recht verschaft om aandelen in een onderneming te kopen tegen een vooraf bepaalde prijs binnen een bepaalde periode.

Certificaat

Verhandel waardepapier dat is uitgegeven door banken met als onderliggende waarde een schuldbeketenis of een termijn deposito.

CF-stuk

Effecten die qua vorm verschillen van de normaal in omloop zijnde stukken en die niet aan cliënten worden overhandigd.

Cashflow

Nettowinst plus afschrijving van een onderneming. Deze kasstroom is beschikbaar voor investeringen, dividend en winstinhouding.

Claim

Voorkeursrecht van koop voor bestaande aandeelhouders bij de uitgifte van nieuwe aandelen door een onderneming. De claim zelf vertegenwoordigt ook een waarde die op de beurs kan worden verhandeld.

Commodities

Bulkproduct waarvan de prijs geheel door vraag en aanbod wordt bepaald, zoals olie, graan en koffie.

Conversie

Omwisseling van een effect in een ander effect.

Converteerbare obligatie

Obligatie die onder bepaalde voorwaarden in aandelen van dezelfde vennootschap kan worden gewisseld.

Coupon

Rentebewijs / divividendbewijs bij aandelen en obligaties.

Crash

Algemene instorting van de zakenwereld, ookwel krach genoemd.

D

Dagorder

Opdracht tot aan- of verkoop van effecten, die voor één dag geldt.

Deposito

In bewaring geven van geld tegen een vaste rente en een vastgestelde tijd.

Depot

Een verzamelplaats waar de effecten worden bewaard die door een klant aan een bank in open bewaring zijn gegeven.

Depotfractiebewijs

Bewijs van aandeel in beleggingsmaatschappij.

Devalutie

Waardevermindering.

Disagio

bedrag dat een munt of waardepapier minder waard is dan het bedrag dat erop aangegeven staat.

Disconto

De door de Nederlandsche bank vastgestelde rentevoet op de geldmarkt.

Dividend

Periodieke uitkering van winst aan de aandeelhouders van een onderneming.

Dividendbewijs

Het bewijs dat de aandeelhouder recht heeft op dividend.

Dividendblad

Deel van een aandeel met de gezamelijke rente- of dividendbewijzen.

Dividend rendement

Dividend als percentage van de waarde van aandelen.

DNB

De Nederlandsche Bank.

Dow Jones

Gemiddelde koers die is opgesteld aan de hand van de beurskoers van een aantal fondsen. De Dow Jones is de verkorte benaming van de Dow Jones Industrial Average en is de bekendste graadmeter van Amerikaanse bedrijven.

E

Effecten

Verzamelnaam voor verhandelbare waardepapieren, zoals aandelen, obligaties, opties, futures en warrants.

Effectenkrediet

Krediet voor de financiering van de aankoop van effecten, waarbij de effecten als onderpand dienen.

Effectieve waarde

Toegekende waarde van een fonds op basis van de beurskoers.

Eigen Vermogen

Aandelenkapitaal plus reserves van een onderneming.

Emissie

Uitgeven van effecten.

EMS

Europees Monetair Stelsel.

Ex dividend

Waarde van een aandeel de dag nadat het dividend beschikbaar is gesteld. Het dividend zit dan niet meer in de koers.

Expiratie

Afloop van een termijn.

Expiratiedatum

Vaste datum waarop een contract afloopt.

F

Floorbroker

Persoon die gemachtigd is om orders op de beursvloer uit te voeren.

Fondscode

Indentificatiecode van een beursfonds.

FTA

Financiële Termijnmarkt Amsterdam.

Future

Koopovereenkomst met een verplichte levering tegen een vooraf vastgestelde prijs.

G

Gedekte optie

Call-optie waarvan de schrijver in het bezit is van de onderliggende waarden en deze heeft gedeponeerd bij zijn bank of commissionair.

Gilimiteerde order

Opdracht aan bank of commissionair om niet boven een bepaalde prijs te kopen of onder een bepaalde prijs te verkopen.

Giraal

Geld in niet- materiale vorm.

Giraal effectenverkeer

Bij giraal effecten verkeer worden effecten niet in fysieke vorm geleverd, maar bijgeschreven in de effectendepot van de krijger.

Giraal fonds

Beursfonds dat geschikt is voor giraal effectenverkeer.

Groeifonds

Aandeel dat in waarde zal stijgen.

H

Hausse

Het stijgen van de prijzen van goederen.

Hold

Advies om aandelen vast te houden.

Holding

Houdstermaatschappij van aandelen in een of meer dochtervennootschappen.

Hoofdsom

Geldlening waarbij de lopende of vervallen rente buiten beschouwing wordt gelaten.

Huisfonds

Beleggingsfondsen die financiële instellingen voor hun eigen klanten hebben opgericht.

I

Index

Verhoudingscijfer om een bepaalde ontwikkeling of een stemming weer te geven; koersgemiddelde van een aantal fondsen.

Indexoptie

Een optie op een aandelenindex.

Inflatie

Waardevermindering van het geld, met name door de loon en prijs spiraal.

Interimdividend

Vooruit betaalt deel van het divividend.

Internationals

Aandelen die op de buitenlandse beurs worden verhandeld.

J

Jaarrekening

Staat van ontvangsten en uitgaven van een onderneming over een heel boekjaar.

Joint Venture

Samenswerkingverband tussen of meer ondernemeningen.

K

Kapitaalmarkt

Markt waar waardepapieren worden verhandeld met een looptijd bij uitgifte van langer dan één jaar.

Koers - winstverhouding

Verhouding tussen koers en nettowinst per aandeel.

L

Laatkoers

Prijs waarvoor een bepaalt effect wordt aangeboden.

Limiet

Hoogste koers waartegen koper wil kopen en laagste koers waartegen verkoper wil verkopen.

Lion

Obligatie waarbij rente in aandelen wordt uitgekeerd.

Liquiditeitenfonds

Beleggingsinstelling die het geld van deelnemers in liquiditeiten belegt. Vanwege de korte looptijd is de gevoeligheid voor rentewijzigingen gering. Zo'n beleggingsfonds wordt ook wel een geldmarktfonds genoemd.

Long call

Een enkelvoudige optietransactie, waarbij men als belegger één of meerdere call-opties koopt.

Long put

Een enkelvoudige optietransactie, waarbij men als belegger één of meerdere put-opties koopt.

M

Maatschappelijk kapitaal

Maximale bedrag dat een vennootschap aan aandelen kan uitgeven.

Majoreren

Bij uitgifte van aandelen of obligaties voor een hoger bedrag inschrijven dan men verwacht te zullen krijgen.

Mantel

Hoofddeel van een aandeel of obligatie.

Margin

Bedrag dat de verkoper van een ongedekte optie als zekerheid moet storten.

Momentum

Periode waarin een duidelijke beweging is te zien, omhoog dan wel omlaag, van bijvoorbeeld
koersen of winsttaxatie (koersmomentum, winstmomentum).

Midkapfondsen

Aandelen van wat betreft marktkapitalisatie middelgrote ondernemingen.

Mixfonds

Een beleggingsfonds dat belegt in aandelen, obligaties, vastgoed en liquiditeiten.

N

Nasdaq

National Association of Securities Dealers Automated Quotations. Elektronische (beurs)vloer van New York.

Netto Rendement

Nettorendement houdt in dat de kosten en eventueel de te betalen belasting reeds met het resultaat zijn verrekend. Dit resultaat in verhouding tot het geïnvesteerde geld is het nettorendement.

Nikkei

Japanse beurs.

Nominale waarde

Bij een obligatie: de grootte van de schuldvordering. Bij een aandeel: het bedrag van de deelneming dat op de mantel staat vermeld.

Notering

Koers die in de Officiële Prijscourant wordt opgenomen.


O

Obligatie

Een obligatie is een schuldbrief die normaliter recht geeft op een vaste rente en op de terugbetaling van de hoofdsom.

Obligatiefonds

Een beleggingsfonds dat alleen belegt in obligaties.

Odd lot

Minder dan 100 aandelen.

Ongedekte optie

Hiervan is sprake als de klant call-opties schrijft zonder dat de onderliggende waarden in depot aanwezig zijn.

Openingskoers

Koers waartegen direct na opening van de officiële beurs verhandeld.

Opschorting

Tijdelijk staken van de beurshandel in een fonds, meestal in verband met een belangrijke mededeling van de betrokken onderneming.

Verhandelbaar recht om van de onderliggende waarde (bijvoorbeeld aandelen of obligaties) een standaardhoeveelheid te kopen (call) of te verkopen (put) tegen een vooraf overeengekomen prijs.

Optieprijs

Prijs (koers) waartegen een optie wordt verhandeld dan wel de prijs waartegen een optie staat genoteerd.

P

Pandbrief

Schuldbrief, uitgegeven door een hypotheekbank.

Pari

Gelijk aan waarde (bijv. 100 tegen 100).

Pay-out

Deel van de nettowinst dat als dividend aan de aandeelhouders wordt uitgekeerd.

Premielening

Premieobligatie.

Preferente aandelen

Aandelen waaraan voorrechten zijn verbonden, zoals winstdeling of de benoeming van bestuursleden.

Prijshoudend

Marktstemming waarbij de koersen niet dalen en niet stijgen.

Primaire markt

Emissiemarkt waar sprake is van aandelen of obligaties die voor het eerst worden uitgegeven.

Privatisering

Situatie waarin de aandelen van een overheidsbedrijf (gedeeltelijk) in handen van particulieren overgaan.

Prospectus

Schriftelijke aankondiging en bijschrijving van een product of ondernemening.

Recht om een belegging te verkopen tegen een van tevoren overeengekomen prijs. Voor dat recht moet een premie worden betaald.

Q

Quote

De hoogste biedprijs en de laagste verkoopprijs van een bepaald effect op een bepaald moment.

R

Raider

Opkoper van bedrijven.

Rating

Beoordeeling van de kredietwaardigheid van een bedrijf.

Ratio

Getalsverhouding die het maken van vergelijkingen versimpelt.

Recessie

Economische teruggang.

Rendement

Opbrengst of inkomen van een investering of belegging als financiële uitkomst over een (meestal) bepaalde periode.

Retail

Kleinhandel.

Revaluatie

Het naar boven aanpassen van de wisselkoersen.

Roll-over

Vervangen van een optiepositie door een nieuwe met een latere afloopmaand en/of andere uitoefenprijs.

Royeerbaar certificaat

Certificaten die omgewisseld kunnen worden naar aandelen.

S

Schatkistbiljetten

Langlopende en rentedragende schuldbekentenissen van de overheid.

Schatkistpapier

Kortlopende en rentedragende schuldbekentenissen van de overheid.

SEC

Securities and Exchange Commission.

Settlement

De afhandeling van een transactie zowel de stukken als het geld.

Short call

Een enkelvoudige optietransactie, waarbij men als belegger één of meerdere call-opties schrijft.

Short put

Een enkelvoudige optietransactie, waar men als belegger één of meerder put-opties schrijft.

Slotkoers

Laatste koers van een bepaald effect op een handelsdag.

Small caps

Aandelen van wat betreft marktkapitalisatie kleinere bedrijven.

Speculeren

Handelen in de verwachting winst te maken door stijging of daling van prijzen.

Split up

Splitsing van aandelen in kleinere coupures van hetzelfde fonds.

Staatslening

Geldlening door een staat aangegaan.

Staatsobligaties

Verhandelbaar schuldbewijs van de overheid.

Steunniveau

Prijsniveau waarop er genoeg vraag in de markt is om een koersdaling een halt toe te roepen.

Stockdividend

Een nieuw aandeel als dividend uitgekeerd.

Swap

Omwisselen van vergelijkbare effecten om zo een hoger rendement te behalen.

Switchen

Wisselen tussen de verschillende fondsen.

T

Talon

Bewijs behorend bij een effect, waartegen een blad met nieuwe coupons kan worden verkregen.

Target

Koersdoel van een aandeel.

Technische Analyse

Beleggingsmethode waarbij men alleen uitgaat van historische koersgegevens en aan de hand van grafieken een beleggingsstrategie bepaalt.

Termijnmarkt

Vraag en antwoord in de termijnmarkt.

Trendlijn

Een rechte lijn die een aantal markante punten in een grafiek met elkaar verbind.

Trustee

Vertrouwenspersoon die belangen van een groep mensen behartigt.

U

Uitbodemen

Stabiliseren van de koers na een mindere periode.

Uitbreken

Onverwachts omhoog schieten van een stagnerende koers.

Underpreformer

Aandeel dat minder in koers is gestegen of meer gedaald dan een index. Een aandeel dat het beter doet dan een index heet outperformer.

Upgraden

Verbeteren.

V

Valuta

Geldsoort.

Vast

Marktstemming bij oplopende koersen.

Vaste rente

Rente die voor een bepaalde afgesproken periode vast staat.

VEB

Vereniging voor Effectenbezitters.

Venture capital

Amerikaanse term voor durfkapitaal, vermogen dat wordt verschaft aan jonge, veelbelovende maar enigszins riskante bedrijven.

Verwachtingswaarde

Het verschil in de uitoefenprijs van een optie en de prijs van het onderliggende effect.

Volatiliteit

De beweegelijkheid van een of meerdere aandelen.

Vreemd vermogen

Alle schulden van de vennootschap.

VVDE

Vereniging voor de effectenhandel.

W

Wallstreet

Straat waar de New York Stock Exchange gevestigd is.

Warrants

Verhandelbaar recht om tegen een vastgestelde prijs gedurende een bepaalde periode nieuwe aandelen te kopen, rechtstreeks van de vennootschap.

Weerstandniveau

Prijsniveau waarop er genoeg aanbod in de markt is om een koersstijging een halt toe te roepen.

Wholesale

Orders en transacties van een grote omvang.

Window dressing

Spelen met de beleggingsportefeuille dat de eindejaarsrapportage een zo gunstig mogelijk beeld laat zien.

Willig

Martkstemming met sterk oplopende koersen.

Y

Yield-gap

Renteverschil tussen staatsobligaties en gewone obligaties.

Yield-ratio

Verhouding tussen het dividendrendement (dividend gedeeld door beurskoers) op aandelen en het rendement op de kapitaalmarkt.

Z

Zero bond

Een obligatie waar geen coupons aan zitten.

Zwak

Marktstemming bij lagere koersen.